De eerste zomerdag

De lucht voelt stroperig,7d19e485163e26b32bcc28801dbfb980
plakkerig als gelei.
Ik denk aan jou.
Denk jij ook aan mij?

Een hoorntje ijs smelt
de uren weg.
Ik schommel.
Hoog.  Hoger.
Droom mezelf naar Verwegvanhier.
En vlieg
de gedachten voorbij.
Ik huiver.  Ik hoop.
Maar de gsm blijft dood.

De lucht staat in brand.
De dag is voorbij.
Ik denk aan jou.
Denk jij nog aan mij?

Zeepbel

Gevangen in een zeepbel
ben je pas echt verdoemd.
Je ziet de werkelijkheid, maar dan anders:
vergroot en ingezoomd.

Vervormde gezichten, kronkellijnen
daar kijk je van hier op neer.
Kille ogen en gekke grijnzen
camoufleren de leugens keer op keer.
Alleen van in een zeepbel
daagt je plots de waarheid weer.

Ingrijpen kan nietzeepbel
en roepen maakt je dol
want gillen in een zeepbol
reizen oneindig rond.
En op de begane grond
maakt men het nog altijd
even bont.

Lente

Lente doet aan zomer denken,
flitst je verder in de tijd
naar kinderfratsen, ijsjeskarren
en bloemenvelden van stoepkrijt.

Naar zonnecrèmezeelucht, vogelavondzang,
aardbeienzoenen op je wang,
tinteltenen van het warme zand
en jeukerige zonnebrand.17498588_10212363758468072_1686193660480315768_n

Op een zeeluchtbed gewiegd,
omarmd door een retro parasol,
je hoofd gonst op hol,
vermoeid door absoluut niets doen.

Lente doet aan zomer denken,
haar roep klinkt zalig luid.
Maar soms – heel af en toe –
kriebelt de winter nog over je huid.

Monsters en zo

Angst is een monster.
Dat lijkt oneindig groot:Monster
een schaduw in
een schimmenspel.
Niet te bedotten,
te trotseren,
te verslaan.

Game over.

Pssst…
wat niemand weet,
wat niemand zoekt
is de waarheid achter de schim.
Verborgen in het verste hoekje
Minuscuul klein. 
Te bang
om een echt monster te zijn.

Game on!

Luchtbel

LuchtbelIn gedachtendiepte
schrijf ik
een boek aan jou.

Hou het angstvallig verborgen
opdat niemand lezen kan
waar ik van hou.

Of is het niet het lezen
wat mij stoort,
maar wel de blik
die zich in mijn wezen boort

en onderweg misschien
brokken maakt.
Of erger…
een stukje van mijn zelf afkraakt.

Ik schrijf een boek binnenin
en lees het elke dag
tot het als een luchtbel
– weifelend en broos –
naar de oppervlakte mag.